 |
In Mali is een heel scala van overnachtingsmogelijkheden te vinden,
van zeer primitief tot zeer luxueus, van kamers met niet veel meer
dan een bed tot suites compleet met zitje, televisie en koelkast.
Sommige hotels, met name in Bamako, Ségou en Mopti, hebben een
zwembad. Of er is een schaduwrijke tuin of een dakterras. |
|
Soms is er niet veel keuze. In Hombori zijn alleen eenvoudige "campements"
met gedeelde douche en toilet; in Timboektoe zul je geen zwembad
vinden.
Het ontbijt is in Franse stijl en bestaat uit koffie (of thee) met
stokbrood, boter en jam. Soms is er een restaurant verbonden aan het
hotel of kun je er eenvoudige snacks krijgen.
In de Pays Dogon overnacht je bij mensen thuis, soms heeft men dat
uitgebreid tot heuse campements. Standaard is er een matras op het
platte dak beschikbaar, een plek die je bereikt via een kunstig
uitgesneden boomstam-ladder. Als je liever het dak niet op wilt kun
je beneden slapen, onder een afdak of in een (vaak wel enigzins
benauwde) binnenkamer.
Maak je een meerdaagse tocht per pinasse over de Niger, of met een
kameel in de woestijn, dan slaap je in een tent of rechtstreeks
onder de sterrenhemel.
|
|
Zowel bij de lunch als 's avonds eet men een warme hap, bijvoorbeeld
de overbekende "riz sauce" (rijst met stukjes vlees in een
pindasaus). Ook spaghetti, pommes frites of couscous staan vaak op
het menu. Voor de vleeseters zijn er brochettes of anderszins
klaargemaakte kip, rund of schapevlees. Vis is erg populair, karper
en "capitaine" rechtstreeks uit de rivier kunnen zeer smaakvol
worden bereid.
Ook vegetariërs kunnen lekker eten, zij het met beperktere keus. Een
omelet is zo gemaakt en als verse groenten zijn er uien, tomaten of
wortels. Uit blik kent men de groenteschotels "haricots verts" en "petit
pois", met een beetje geluk opgewarmd met boter en knoflook. Kaas
(uitgezonderd smeerkaas "La vache qui rit") vormt een grote
zeldzaamheid.
Maak je een wandeltrek in de Pays Dogon of ga je anderszins kamperen
(zie boven), dan wordt er voor je gekookt. Verwacht geen haute
cuisine maar gewoon lekker eten.
Vervoer
Tussen Bamako en de andere grotere steden (Ségou, Mopti, Sikasso)
rijden goede bussen. Je koopt een dag van tevoren je kaartje. De
vertrektijd is vaak erg vroeg, om pakweg 6 of 7 uur in de ochtend.
De passagiers worden in de bus gelaten in volgorde waarin de
kaartjes gekocht zijn, dit wordt van een lijst opgelezen.
Tijdens de rit worden enkele korte stops gemaakt om snel iets
eetbaars te kunnen kopen of voor een plaspauze. Stel je van beide
niet te veel voor, neem in ieder geval voldoende drinkwater en
mondvoorraad mee (stokbrood, bananen, nootjes, koekjes) die je
onderweg aan kunt vullen. Ook toiletpapier is nergens aanwezig dus
moet je altijd bij je hebben.

Op andere trajecten, bijvoorbeeld naar Djenné, maak je gebruik van
minibusjes of van "taxi brousses". Met name rond marktdagen is dit
een veelgebruikt vervoermiddel. Ze vertrekken vaak pas als ze
propvol zitten, en anders raken ze dat wel onverweg.
Als je niet met het openbaar vervoer wilt reizen is er altijd de
optie van een auto (of terreinwagen) met chauffeur. Dit heeft als
voordeel dat je zelf kunt bepalen waar en hoe lang je stopt.
Richting Timboektoe rijden er geen bussen en ben je aangewezen op
terreinwagen, pinasse of vliegtuig.
De Niger rivier is een belangrijke vervoersader. Tussen Bamako,
Mopti, Timboektoe en Gao vaart wekelijks een passagiersschip, echter
alleen in de periode dat het peil in de rivier hoog genoeg is (augustus
tot begin december).
Belangrijker voor het transport zijn de pinasses. Deze zijn er in
twee varianten: vrachtpinasses die ook passagiers meenemen, en
toeristenpinasses. De laatsten zijn een stuk comfortabeler (met
zitbankjes en toilet aan boord) en laten je enkele dorpjes en
grotere plaatsen onderweg bezoeken.
Tenslotte zijn er 3 of 4 keer per week binnenlandse vluchten tussen
enkele grotere steden.
Gidsen en fooien
In de Pays Dogon is een gids verplicht en ook onontbeerlijk, om de
weg te vinden, de dorpen binnen te komen en slaap- en eetadressen te
laten regelen. Onze gidsen komen veelal uit het gebied en kunnen er
veel over vertellen. Ben je het Frans niet zo machtig, vraag dan om
een Engelssprekende gids.
Voor het overige heb je niet echt een gids nodig (anders dan je
papieren reisgids), maar soms is het leuk om rondgeleid te worden
door iemand die je de bijzondere plekken van een stad laat zien.
Spreek van tevoren een prijs af. Als zich meerdere gidsen aanbieden,
neem dan iemand waarmee het klikt.
Het is bij gidsen, maar ook bijvoorbeeld bij een chauffeur of
bootsman, altijd goed om je tevredenheid uit te drukken in een fooi.
Richtlijnen zijn lastig te geven, denk aan 1.000 of 2.000 CFA per
dag. Als je onderweg hebt getrakteerd op eten of drinken mag je dat
ook als (deel van de) fooi beschouwen. |